Als de Rovers jagen (Willem Stolk)
(

Valt er nog wat te schrijven dan?  

En waar moet dat in godsnaam over gaan. Met die gedachte en een kop koffie kruip je onder de leeslamp met “als de rovers jagen” op schoot. Stolk veegt gelijk de aanhef van deze recensie van tafel door zijn “*Hollandse nieuwe” te lanceren in de vorm van roofblei. Nog niet veel beschreven in boekvorm en dus goed voor bijna 50 pagina’s “laatste nieuws”.



 


















Ook de rest van het boek is “anders” en zo blijven we behoorlijk verschoond van droog technisch gezwets. “Behoorlijk”, want ook Stolk ontkomt soms niet helemaal aan de nerveuze tik van de “doorbladerduim”. Toch herken ik mezelf zeer regelmatig in de vele praktijkpraatjes die het boek eigenlijk meer onder de categorie verhalenbundels plaatst en het moet worden gezegd, dat leest toch wel lekker weg.

Vismaten en vissen in het buitenland zijn duidelijk onderwerpen die de auteur na aan het hart liggen en die worden in andere werken nog wel eens onterecht overgeslagen. Boeiend was het hoofdstuk over de kleuren van kunstaas en of die kleuren onder water eigenlijk wel zin hebben. Als echte snoekbaarsfanaat bestaat er dan even geen buitenwereld meer.

Dapper en welbewust neemt Stolk een risico door het roofvissen vanaf de kant te passeren en geheel en alleen het vissen vanuit een boot te belichten. Risico of niet, hij schrijft duidelijk over datgene waar hij het meeste plezier aan beleeft. “Als de rovers jagen” is een onderhoudend praktijkboek en voor iedereen die niet meer de schoolbanken in wil en een leuke boot onder zijn kont heeft, die komt voorlopig niet meer onder die leeslamp vandaan.

Frenk Elings



* © Stolk


 



De Crestliner Fishawk 1650CS
(Door Frenk Elings)

Ze zijn er al alweer een aantal maanden en dus hebben we tijd genoeg gehad om dit in ons land relatief nieuwe "aluminium superschip" eens flink onder handen te nemen. Crestliner staat in Amerika op gelijke hoogte met Lund of zelfs een neuslengte voor als het om verkoopcijfers gaat. Het was dus maar een kwestie van tijd voordat Nederland aan de beurt was. De Fishawk valt in het "middenklasser segment" voor zover die standaard bestaat in de botenbranch, zo niet dan bij deze. De avond voor "D-day" werd ik nog opgebeld door een uitbundig stel heren die de laatste hand legden aan het opbouwen van "mijn" nieuwe aluminium nieuwkomer. "HOOR JE HEM " wordt er door de telefoon vanaf de Nieuwkoopse Plassen geschreeuwd, huh ? jullie varen toch niet al he bits ik ietwat terug? "NATUURLIJK WEL.....HOE MOETEN WE ANDERS DE BOEL TESTEN !" Tja dat is natuurlijk waar, maar het liefst had ik de boot zelf willen dopen. NEE !! schreeuw ik terug, waarom schreeuw ik eigenlijk, zullen de zenuwen wel zijn. WAT MOET IK DAN HOREN ? "DAT IS JE NIEUWE 70 PK SUZUKI". Het is ongelofelijk dat een motor met een dergelijk aantal PK's stationair zo weinig (zeg maar geen) geluid maakt. "WE GAAN NOG EVEN VERDER HIER....TOT MORGEN". Ik hoor nog net hoe de motor even een "inwerk" plaagstoot van 5000 toeren krijgt, waarop de deze met een diep zuiver maar ingetogen gebrul laat weten dat ie er zin in heeft.

Ietwat zenuwachtig open ik de volgende ochtend de deur bij Ensink Watersport in Noorden, zenuwachtig want ik heb er tenslotte mijn "oude vertrouwde" Alumacraft voor ingeruild. Niets dan goeds overigens over Alumacraft hoor, prima boot, maar ik wilde wel eens wat anders proberen. Daar staat hij dan 4.80 lang en 2.21 breed. Jezus daar zal ik even aan moeten wennen, ondanks dat dergelijk brede boten tegenwoordig de nieuwe standaard zijn in de States. "Widebody's" worden ze daar genoemd en bijna alle topmerken zijn in de breedte aangepast. Breed heeft voor en nadelen, zo kun je een probleem krijgen met onze kikkerlandjesgaragaboxen, met 2.21 moet je toch wel even goed meten. 2.21 is ook net zo breed als een normale middenklasser auto en met een kleine wagen moet je al snel aan "caravan-spiegels" denken. Gelukkig laat het (kale) gewicht van 399 kilo een kleine auto niet snel toe dus dat probleempje kan van tafel. Later zou blijken dat ik vanuit mijn Peugeot 406 nog net netjes langs de auto naar achteren kan kijken. Terug naar het interieur waar ik het stuurconsole inspecteer. Nog nooit heb ik de luxe van een stuurconsole mogen proeven en eerlijk gezegd wilde ik dat ook nooit. Ik vond het ondingen die alleen maar in de weg stonden en kostbare (vis) ruimte in beslag namen. Feit is wel dat we steeds vaker op groter water vissen en wat langer aan de stuurhendel moeten trekken. Met mijn "oude" 30 PK ging dat nog wel, maar na een hele dag Volkerak of Haringvliet was mijn linkerschouder wel ff 5 centimeter groter dan de rechter. Tel daarbij die 2.21 van de Crestliner op en je begrijpt dat met deze breedte een Console absoluut een overweging waard is.

1, 2, 3, 4, 5.....6, 7, opbergvakken tel ik in de gauwigheid en dan heb ik de abnormaal grote visbun (bijna over de hele breedte) nog niet eens meegeteld. na wat verder speurwerk kom ik nog 4 vak(jes) tegen, dus alles wat ooit door mijn oude boot zwierf kan nu netjes opgeborgen worden (zelfs enkele geheel opgetuigde vertikaalstokken verdwijnen als sneeuw voor de zon). Erg blij ben ik met de 2 nieuw ontwikkelde concept DX stoelen die standaard  meegeleverd worden. Je zit toch het grootste gedeelte van de dag op je krent en deze stoelen zitten zo lekker dat je ze het liefst na het vissen thuis voor je TV zou willen inklikken. Over inklikken gesproken, je kunt maar liefst op 5 posities je stoel positioneren en ik ben nog geen positie tegengekomen die ergens anders had gemoeten. Verder is de zitting zo gemaakt dat je automatisch tegen de rugleuning aangedrukt wordt, dus regelmatig verzitten of van je stoel afglijden is er niet meer bij. Zoals gezegd is de boot verschrikkelijk ruim en redelijk netjes afgewerkt. Hier en daar zitten wel wat "onregelmatigheden" zoals, lijmresten van het tapijt, uitstulpende schuimkopjes en tapijtrandjes die ikzelf net ff wat netter had willen zien. Het schuim en de lijmresten waren overigens binnen enkele minuten verdwenen, maar goed voor een dergelijke boot blijft het knullig Amerikaans. Wel prettig is zijn ingebouwde benzinetank van maar liefst ehhh... 70 liter, dus het gesjouw met tankje benzine en het eeuwig vergeten open te draaien van de daarop aanwezige ontluchtingsknop is bij deze verleden tijd. Aan de achterkant missen we wel een mogelijkheid om "netjes" een elektromotor in te pluggen en een klein uurtje later is ook dat "minpuntje" verholpen. Deze mogelijkheid zit standaard gelukkig wel gemonteerd in de punt van de boot.

Ook de spiegel baarde me zorgen en die is standaard bijna over de hele breedte erg laag wat een (inkomend water) probleem oplevert bij het back-trollen. Gelukkig is er speciaal voor de Europese markt een sterk verhoogde spiegel ontworpen, welke helaas toch weer aangepast moet worden omdat de motor nu niet diep genoeg komt. Tranen in je ogen omdat er vervolgens precies in het midden en motor-bracket-breed een hap van 8 cm uit je nieuwe kind moet worden gehaald. Het eindresultaat is echter dusdanig dat het origineel lijkt te zijn en de tranen zijn nu van vreugde. Kon die spiegel in eerste instantie niet met rust worden gelaten dan ? nee want nu is er alleen een  verlaagd stuk waar de motor op hangt en profiteert de rest van de spiegel van dat aangepaste/verhoogde deel. Door dit alles zou je bijna vergeten waarom het een Crestliner moest worden en daarvoor moeten we vooral aan de onderkant zijn. Geen duizenden popnagels, geen duizenden kansen op lekkage, maar een gladde en prachtig afgewerkte gelaste bodem. Voorlopig is Crestliner nog de enige die deze methode toepast en je vraagt je af waarom, want het is zoveel mooier, zoveel meer waterdicht en naar verluidt zoveel stiller. Ik zou er snel achterkomen dat er aan de onderkant niets maar dan ook niets mankeert.

Eerst maar eens 20 uren invaren Frenk enuhh niet teveel hoge toeren en niet te lang stationair geeft Freek Ensink aan. Freek sluit ook nog even de extra tiltknop aan die voor in de punt zit. Makkelijk,  want nu kun je als het nodig is vanaf de punt van de boot de Suzuki omhoog "tillen". Daarmee is (voorlopig) de laatste handeling verricht. Getverdemme 20 uur?, das niet niks en een hele lange tijd als je gefrustreerd met je hand op gashendel zit met 70 Pk achter je kont. Helaas ontkom je er niet aan want Suzuki komt  onverbiddelijk met het opgeheven vingertje als je je niet aan de regels houd. Het "vingertje" komt voort uit een computer die na de eerste 20 uur wordt aangesloten op je buitenboordbruller en je en-publiek voor de leeuwen gooit met allerhande informatie over gedraaide toerentallen, verbruikte olie en tientallen andere handelingen. Het speciaal voor Suzuki ontwikkelde programma laat geen spaan van je heel indien je niet zuinig met je nieuwe speelgoed omgaat en waarom zou je ook niet !!! Goede stok achter de deur die ik bij al mijn eerdere motormerken moest missen. Enfin inmiddels zitten de 20 uren erop en met enkele zweetdruppels op het voorhoofd gaf de computer me een dikke voldoende voor voorbeeldig invaren pheww.

Al snel staan we op de trailerhelling bij het Gooimeer en kijken we watertandend naar de waterskibaan waar je "geoorloofd" ff uit je dak mag gaan. Vriend, vismaat en mede-fieldtester die dag is Michel Huigevoort die ook een aardig fotootje kan schieten. Hij zoekt gelijk na het traileren een mooi plekje uit op de steiger natuurlijk met het zonnetje in de rug. Gassen maar Frenk........... alsof ie het nooit zou zeggen. De boot ligt hoog, erg hoog op het water en dat komt omdat er conform de CE keur behoorlijk wat extra schuim in de boot is verwerkt. Op zich natuurlijk niets mis mee en het geeft een veilig gevoel, nu eerst maar eens varen. Ik had natuurlijk al stiekem de 5000 toeren al eens gehaald maar nooit lang en volgens het boekje. Dit was anders, hier ging het om, hoe hard kan ie al heeft dat natuurlijk geen ruk met vissen te maken, maar goed ik ben ook maar een (verwend) mens. langzaam druk ik de gashendel naar voren en gelijk richt de punt van de boot zich bij het ontbreken van een vismaat extra statig omhoog. Niet te hoog want daar zorgen de 2 voorin geplaatste Delphi accu's wel voor. Iets meer gas en de 70 paarden hinniken tevreden. Nu komt het er op aan en druk door tot het niet verder meer kan....planken dus. De boot schiet vooruit en zit binnen no-time op 5000 toeren en een GPS gemeten snelheid van 67 echte kilometers. Wauw, maar het kan nog harder en bij 5400 is de koek op en meten we een krappe 70 km. Nog niet gewend aan een stuur, trim, tilt en noem maar op, vergeet ik bijna de trim. Op het dashbord (trim-meter) zie ik dat de motor nog geheel op zijn laagste stand staat en trim ik langzaam bij. Het zwarte Suzuki monster kantelt langzaam naar voren en nogmaals versnelt de boot. Als de meter "horizontaal" aangeeft en de schroef bijna naar lucht hapt is het welletjes. Ik vergeet spontaan tijdens deze adrenaline burst naar de snelheid te kijken en de enige sterk verhoogde snelheid die ik nog meekrijg is die van mijn hart.

Michel geeft middels zijn omhoog gestoken duim aan dat het mooie plaatjes worden en ik draai nog wat "mooie" aggies en negens. Het is een ideale dag om met een windje 3 wat te spelevaren, dergelijk condities zijn zeldzaam hier op het gooimeer. De gelaste bodem doet wat ie beloofd en laat zich erg makkelijk sturen, ook op hoog vermogen. De combinatie van de superstille Suzuki en de popnagelvrije bodem van de Crestliner maken het "recreatie-varen" inderdaad tot een genot. Daar zal vooral mijn gezin blij mee zijn evenals de mogelijk om eindelijk eens "echt" te kunnen waterskieen. We ploffen natuurlijk ook nog even de MinnKota Vector overboord om de laatste twijfels over het driften met een 2.21 brede boot te ontzenuwen. Ik klik de stoel op het platform recht achter de motor en kan zo prima uit de voeten al is de stuurhendel van de Vector wat erg lang (of mijn buik iets te dik). Gelukkig hadden we dit al zien aankomen en heb ik van de firma EVIN een korte stuurhendel meegekregen die (in mijn geval) aanmerkelijk beter functioneert. De boot "luistert" prima en laat zich nauwkeurig sturen. In alle opwinding vergeet ik helemaal dat Michel nog op de steiger staat en besluit ook hem het "Crestliner gevoel" te laten ervaren. Ook hij als verstokte "Tiller visser" (motor met stuurhendel) moet bekennen dat een stuurconsole in deze boot een weldaad is en vooral op dit grote water absoluut tot z,n recht komt. De brede boot heeft nog een voordeel en die wordt duidelijk als we met z'n tweeen aan 1 kant gaan staan, de boot geeft geen krimp en dat is wel zo prettig bij het scheppen/onthaken van vis. Verder verteld Michel nog dat bij het instappen, het net is alsof je op een steiger stapt, erg stabiel dus.

We trekken de boot weer op de trailer en komen tot de volgende conclusie:

De Crestliner Fishawk kan zich moeiteloos nestelen tussen de bekende grote aluminium bakkers als Lund en Alumacraft. De gelaste bodem is uniek en verbeterd de vaareigenschappen ten opzichte van de andere merken aanzienlijk.40/50 PK is wel het minimum voor deze boot en dan heb je als je onder de
750 kilo blijft ook net geen geremde trailer nodig. Uiteraard vaart ie net even beter met de gemonteerde 70 PK, maar met 186 kilo op de spiegel, zit je ruim boven de 750 kilo en zul je dus een geremde/ gecertificeerde trailer moeten aanschaffen. Voor hen die nog meer pegels stuk kunnen gooien, kan er tot 90 PK achter geplakt worden, wat gelijk de maximale belasting voor de Fishawk-spiegel is. Je boot heeft in dat geval wel wat meer weg van een powerboot en het is te hopen dat flitspalen in of langs het water er nooit zullen komen. Vanwege zijn gewicht is een flinke auto met een behoorlijk koppel eigenlijk wel noodzaak en zullen vooral dieselrijders en 4wheelers geen probleem op de trailerhellingen hebben. Aan de breedte van de boot moeten we (optisch gezien) wel even wennen maar is daardoor echter wel zonder problemen uit te rusten met een console waar je met gemak omheen kunt lopen. Verder is de abnormale stabiliteit op het water natuurlijk ook een groot pluspunt.

Qua uitstraling krijgt de boot een 10 en dat zal vooral komen door zijn mooie lijn en hoe hij op het water ligt
. Dit heeft uiteraard weer niets met vissen te maken, maar hee...het oog wil ook wat. Zijn formaat brengt helaas met zich mee dat de garage of schuur nauwkeurig moet worden opgemeten als je hem tenminste droog en veilig wilt stallen. De opbergruimte binnenin is net zo enorm als de buitenkant, evenals de visbun waarin met gemak je grootste vissen op adem kunnen komen. De afwerken is prima maarehhh het zijn van die kleine dingetjes he !!! Verder hebben we toch besloten om als extra waterkering "Splashguards" op de spiegel te monteren. Nu is het backtrollen helemaal geweldig, maar In principe kun je dit niet als minpunt aanmerken en hebben bijna alle topmerken van dit formaat te kampen met in mijn ogen veel te lage spiegels. De prijs ligt op Lund niveau en is gezien de vergelijkbare kwaliteit juist gekozen, al geeft de gelaste bodem voor mij althans de doorslag om dan voor een Crestliner te kiezen. Eenmaal een Fishawk onder je kont, heb je een boot die je beslist de eerste 10 jaar niet meer zult verruilen voor een ander.

Crestliner wordt in Nederland en Belgie geimporteerd door de Firma ALUBO
Tel:
0172-579678

Bekijken (en kopen) kun je bij de volgende dealers:

Ensink Watersport
Simon van Capelweg 9
2431AB Noorden
Tel 0172 409766

Adolfs Boat Business
Buorren 6 in Schingen

Tel. 0517-232013


Specificaties Crestliner Fishawk 1650CS:

lengte: 4.80
Breed: 2.21 (werkelijk 2.18)
Gewicht: 399 Kilo
Minimaal  PK: 50
Maximaal PK: 90 (aanbevolen 70)

Configuratie van de gehele testset:

Crestliner Fishhawk 1650CS (399 kilo)
Suzuki DF70 viertakt Buitenboordmotor (186 kilo)
LBT 1300 boottrailer ( 300 kilo)


De volgende keer in FF TESTEN, de LBT 1300/1350 boottrailer


 












Wordt ook sponsor...... klik hier


Resolutie
800 x 600
Klik op de button


Resolutie
1024 x 768
Klik op de button